Anna Maria
lieve jongen
(afscheidsbrief van een schooljuf aan een schoolverlater)  

 
luister nog eenmaal jongen, voor je gaat
hoewel ik weet: je hebt nog nooit geluisterd
je zat verstopt daar achterin, gekluisterd
in een cocon van wantrouwen en haat

wist met jezelf en anderen geen raad
wat jou bewoog hield je bewust verduisterd
eenmaal heb je beschaamd me toegefluisterd
dat je gedichten schreef (nee, ik heb niet ‘gepraat’)

dag lieve jongen, ik wens je geluk
de toekomst heeft juist jou veel meer te bieden
dan een voorbarig vastgevroren wrok

vergeet de lessen van de deugd en pluk
de bloemen van het leven zonder wieden
spreek onkruid uit, dicht jongen, luid jouw klok


© Anna Maria

Vorige.
Volgende.
© Lilian Bellinga
Vagabonde  

het anker is gelicht en nu
zonder gewicht overgegeven
aan trekkend tij verliest zij
ook de haven uit het zicht

een weggedreven boei waarop
geen schip meer varen zal, zo
zwerft zij door een sterrenloze
nacht en hoort van verre zacht
de echo van voorbije jaren

zij zendt nog licht uit
levenslang ervaren en op
een donkere zee drijft aan
een lijn haar leven mee

© Anna Maria
een dichter

 
niet over vlinders, sterren, maan
of tranen die uit wolken zweven
en glinsterend in zonlicht beven
geen klein gerijm van schijnbestaan

intens als mens heeft hij geschreven
zijn taal windstilte en orkaan
hij stormde vuur, zweeg als vulkaan
en elk woord sidderde van leven

ik las hem en mijn hart brak open
ik las hem juichend telkens weer
per zin is hij in mij geslopen

ik las hem en had geen verweer
een vestingsmuur werd afgebroken
ik lees hem niet, nog doet het zeer

 © Anna Maria
Voor Jan

Zij van hiernaast, ja Jan jouw Sjaan,
die kwam net effe binnenwippe.
Ik zag gelijk: die meid gaat flippe,
die was me een partij ontdaan!

Ze zeg: ik ga ze nek omdraaie.
Ik zeg: van wie, van Sjon of Jan?
(Sjon is d’r zoon, Jan is d’r man)
Jan, zeg ze, Jan heb me verraaie.

Ik schrik me rot maar ‘k laat niks merke,
ik zeg: jee shit meid, da’s ook wat.
Ze zeg: Annie, je weet toch dat
me Jan altijd zo laat moet werke,

je weet wel, op dat ding: peezee?
En ik leg alsmaar hele nachte
voor noppes op meneer te wachte
en nog wel in me neglisjee.

Nou had ie vannacht wat vergete:
hij had dat ding niet uitgezet
en die stond nog op internet,
nààà... wa’k daar zag wil je niet wete.

Dat noemt ie werke dus, me vent:
een beetje geile dinge schrijve
Dat noemen ze daar ‘dichttalent’.

Ik: huh? Zij”ech! nou, jij ken Jan,
die kan hier thuis alleen maar zegge:
Sjaan, zeg ‘s waar me sokke legge,
of: geef de dipsaus effe an.

En weet je Annie, wa’k ook lees
en daar kan ik dus echt niet tege
want die heb ik nog nooit gekrege
dat ie zo gul is met clisjees.

Afijn, Sjaan door met d’r geraas
over dat Jan ze hele leve
nog nooit voor haar wat heb geschreve
zelfs niet voor Sjon met Sinterklaas.

Ik zeg tenslotte: Sjaan, relax,
en neem een slokkie, ik ga kijke
hoe of die dichttalente zeike,
en wat clisjees zijn; iets met seks?

Sjaan is weer weg, hier ben ik Jan.
Voor Sjaan kan je een smoes verzinne,
bij mij kom je dus niet meer binne
zonder clisjees voortaan. Doei, An.

© Anna Maria